1

Doelstelling

DoelstellingIedereen die fietst, dit kan gaan van:
  • profwielrenner
  • eliterenner zonder contract
  • belofte
  • junior
  • nieuweling
  • aspirant
  • tri-atleet
  • pisterenner
  • veldrenner
  • m.t.b.-er
  • sportieve vrije-tijdsrenner met of zonder groepsverband
  • familiefietser in stad, op platteland of met vakantie
  • avonturierfietser enz.
dusdanig op zijn/haar fiets te plaatsen dat men één is met de fiets!
2

Vastlegging afspraak

Via telefonisch contact of e-mail wordt een afspraak vastgelegd.

Hierbij wordt aangegeven wat de fietser dient mee te brengen.
  1. Uiteraard de te meten fiets(en),bij enkel geometriebepaling om achteraf de fiets te bestellen is dit niet nodig;
  2. Fietsschoenen(bij inkliksysteem)
  3. Fietskledy zoals broek,thermovest bij koud weer,regenvest bij regen.
  4. Handdoek(bestemd voor bij het losfietsen).
Men dient rekening te houden dat een volledige meting met één type fiets toch wel 100minuten in beslag neemt,elke bijkomende fiets gemiddeld 30 minuten extra.
3

Kennismakingsgesprek

Een meting op afspraak heeft twee hoofdredenen:
  1. Om in alle rust te werken met de fietser zonder gestoord te worden.
  2. Aangezien er lichaamsafwijkingen kunnen vastgesteld worden is het belangrijk dit zo vertrouwelijk mogelijk te behandelen.
  3. Bij dit kennismakingsgesprek zal ook duidelijk worden wat de reden is om deze professionele meting te laten uitvoeren.

Volgens onze jarenlange ervaring kunnen dat zeer uiteenlopende redenen zijn:
  1. het leveren van maximale prestaties zowel in wedstrijd-als groepsverband,
  2. het weghalen van irriterende lichaamsklachten zoals onderrugpijnen(L3/L4/L5), knieproblemen, nekklachten, achillespeesontstekingen, kuit en bovenbenen, verzuring, polsverdraaiingen, slapende handen, koude en tintelende voeten, spier en peesontstekingen, zitvlakproblemen enzovoort.
  3. het terug op een ontspannende manier kunnen fietsen zodat men volop kan genieten van het aangeboden natuurlandschap.
  4. het door middel van regelmatige nakontroles bij de jeugd het groeiproces direkt mee te nemen in de geometrie en of fietsaanpassing.
4

Opwarming

OpwarmingNadat men weet wat de hoofdredenen zijn in het kennismakingsgesprek kan men overgaan tot de analyse van de meegebrachte fiets(en).

Vanuit deze analyse worden bepaalde gemeten waarden overgeprojecteerd op een verstelbare meetfiets.
Deze waarden zijn:
  • zadelhoogte,
  • framehoek,
  • zadellengte achterzijde tov stuurlengte voorzijde(buiglijn),
  • stuurhoogte.

Nadat de instelling heeft plaatsgevonden kan men overgaan tot de opwarming en dit gedurende een tiental minuten.

Dit is een zeer belangrijk onderdeel van de totale uit te voeren meting. Men moet namelijk weten dat in gelijk welke sporttak de opwarmfase de bouwsteen is om blessurearm door de volledige training of wedstrijd te geraken. Bij de fietser is dit NIET anders, het lichaam heeft namelijk tijd nodig om gewend te geraken aan eventuele extra belastingen of inspanningen. De bloeddoorstroming gaat na een opwarming beter functioneren,dit heeft tot gevolg dat de spieren een gewijzigde vorm gaan aannemen welk na verloop van tijd ook gevolgen heeft op de fietspositie.De ervaring leert mij te zeggen dat indien de opwarmfase niet wordt uitgevoerd men ook niet een ideale positie bekomt. Daarnaast dient men ook rekening te houden met het tijdstip van meten.

Een lichaamsmeting in de ochtend tegenover een meting in de late avond geeft een krimppositieverschil van maximaal 12mm,dit wordt namelijk veroorzaakt doordat de 24 schijven van de ruggegraad naar elkaar trekken door de zwaartekracht .Als men nu weet dat indien er een schoenplaatlengteverschil is van 1mm en een afwijking van 2mm op je zadellengtepositie tov je schoenplaatlengte,je crancklengte en zadelhoogte, je dan BUITEN de veiligheidszone valt om probleemloos te fietsen.

Besluit: een koude meting geeft geen 100% garantie op een optimale positie, dus nadat de fietser de opwarming heeft doorlopen kan men eindelijk gaan starten met de lichaamsmeting.
5

Lichaamsmeting en analyse

Been en romplengte

a. Been en romplengte

Via een speciaal meetbord wordt nu binnen 1 minuut na de opwarming overgegaan tot het meten van zowel been als romplengte (dit moet in combinatie met elkaar zijn).
Lichaamslengte

b. Lichaamslengte.

Dit is hoofdzakelijk bedoeld om bij een eventuele nieuwe nameting (hoofdzakelijk voor jeugdige renners) zeer snel te kunnen vaststellen of het lichaam in tussentijd gegroeid is of zelfs gekrompen (+40jaar). Als men weet dat men gemiddeld rond zijn +40ste levensjaar 1mm per jaar krimpt (gel tussen de schijven) of omgekeerd dat iemand in zijn groeiproces binnen één maand meer dan 10mm is gegroeid, is het noodzaak om snel en efficient te kunnen optreden door middel van een fietspositiecorrectie. Doet men niet aan preventieve nacontrole dan kunnen de gevolgen dramatisch zijn!
Voeten

c. Linker en rechter voet

Indien na een meting uitwijst dat één voet langer is dan kan dit gevolgen hebben. Belangrijk is te zorgen dat bij aankoop de schoen eerst gepast wordt waar de voet langer is,zoniet kan dit leiden tot tintelende voeten, koude voeten enzovoort.
Schouderbladen

d. Scharnierpunten schouderbladen tov handpalm

Nu wordt het scharnierpunt van het schouderbladen uitgepunt ten overstaand van de lengte-afstand vuist. Hieruit kan al een voorlopige conclusie getrokken worden of er bekkenkanteling aanwezig is. Indien dit het geval is en wetende dat een bekkenkanteling niet gelijkgesteld mag worden met een beenlengte-verschil is het raadzaam een specialist op medisch vlak te raadplegen.
Schouderbreedte

e. Schouderbreedte

Schouderbreedte bepaalt uiteindelijk stuurbreedte.Te smal stuur geeft schouderpijnen. Te breed stuur geeft windkrachtverlies.
Voetpositie

f. Voetpositie

Het loopvlak van de voeten in lengte en breedterichting bepaald in grote mate de stand van je knieën. Indien de voeten de neiging vertonen naar buiten te draaien zal men meestal ondervinden dat de knieën naar binnen draaien,wel rekening houdende dat dan de schoenplaatjes in breedte ook juist staan.Draaien de voeten daarentegen naar binnen dan zullen de knieen naar buiten draaien ,dit kan leiden tot knieproblemen.Belangrijk is de keuze van het schoenplaatje.Bij een vast systeem look of keo zwart of sm-sh 10 rood of sm-sh 50/51 voor mtb,zal dit moeten aangehouden worden bij zowel de race als mtb -fiets.

Bij een beweegbaar systeem look rood of keo grijs of keo rood of time of sm-sh 52-55-56 moet men altijd soort bij soort monteren zowel op race als mtb-fiets,doet men dit niet dan ondervind men gegarandeerd knieproblemen.

g. Analyse voetholling

Deze holling of bolling of vlakheid bepaald mede of er extra druk wordt uitgeoefend op de klikpedalen. Indien dit het geval is, zal er zich een brandend slapend voetprobleem kunnen voordoen.Deze meting vereist toch wel een dusdanige praktijkervaring dat men exact kan beslissen wat te doen om dit op te lossen.
Beenlengte

h. Beenlengte verschil .

Stelt men een beenlengteverschil vast(niet te verwarren met bekkenkanteling)die binnen de tolerantie ligt (max.5mm) dan mag er niets gebeuren onder of in de schoen,men maakt dan het probleem maar erger.

Stelt men een beenlengteverschil vast van meer dan 6mm dan mag men zeker niet een extra verhoging aanbrengen onder de schoen,dit geeft namelijk een extra hoekverdraaiing van het schoenplaatje met gevolg nog meer ellende. De oplossing is simpel en efficient maar dit wordt enkel en alleen met de fietser besproken tijdens de meetanalyse.
Voetmeting

i. Voetmeting

Dit onderdeel is zeer belangrijk en medebepalend om blessures te voorkomen en om een toename te creeren van je kracht.

Het scharnierpunt van de bal van je voet bepaald uiteindelijk de lengteafstand van je schoenplaatjes.Nogmaals schoenplaatjes mogen niet meer dan 1 mm afwijken in lengte.

Een schoenplaat zal dan ook enkel en alleen in positie gebracht kunnen worden door middel van een referentiemal die de nul-referentie van de hiel opvangt en alle opgebouwde tolerantievelden onder de vierkantswortel van de schoen te niet doet door de aanslag tegen de mal.

Een juiste schoenplaatafstelling ,de juiste keuze van het type plaatje(los of vast),de kontrole van de plaatjes,(slijtage=vervangen)kan zowel knieproblemen als krachtsverlies voorkomen.
Eindbespreking

Eindbespreking

Als de schoenplaatjes zijn gecorrigeerd op de bestaande of nieuwe schoenen kan men overgaan tot een lichaamsbespreking en mogelijke aanpassingen. Vervolgens wordt overgegaan tot de berekening en bespreking van de eventuele afwijkingen bestaande fiets en of geometrie +opbouwmaterialen nieuw te bestellen fiets.

Na de bespreking volgt voor de bestaande fiets de correctie van zowel stuur,stuurpen,zadel,zadelpen en of wijzigingen die eventueel nadelig zijn voor het lichaam.
Bij technische aanpassingen zoals crancklengte vervangen dient men zich het best te wenden tot je eigen fietsenmaker.
Het voordeel van een meting is dat men uiteindelijk weet welk frame men in de toekomst moet aanschaffen(recht of slooping model bij racefiets of recht model bij stadsfiets of schuin model bij m.t.b).De framematen worden altijd bepaald vanuit de twee snijpunten van de zittende en rechtopstaande buis van het frame,dit om zowel de juiste hoek te bepalen alsmede om exact te kunnen bepalen welk frame het meest geschikt is.

De center/top maat geeft enkel de extra hoogte weer die de opstaande buis heeft,dit is om het trillingseffect van zadelpen te minimaliseren.
Daarnaast weet men na een meting ook perfect welke stuurpen,zadelpen,stuur,cranck,type zadel moet nemen om niet tot een kostbare verrassing te komen staan.
De naservice is dat als men eenmalig een meting heeft uitgevoerd men altijd kan terugvallen op advies technisch en lichamelijk advies.
6

Berekening ideale positie

Ideale positieVia alle verzamende gegevens kan men een berekening maken van:

  • framehoogte/lengte en hoek
  • zadel en stuurhoogte
  • zadel en stuurpenlengte
  • stuurbreedte
  • remgreephoogte
  • cranck of pedaalarmlengte
  • pedaal en schoenplaathoogte
  • schoenplaatlengte
  • totale lengte.

Er zal rekening gehouden worden met een recht of sloopingmodel.

De berekening zal altijd in functie zijn van de persoon. Een jeugdige renner zal nooit dezelfde positie krijgen als een beroepsrenner aangezien de spierontwikkeling bij een beroepsrenner of mtb-er die dagelijks fietst beter ontwikkeld is dan iemand die in zijn groei zit of enkel en alleen fietst voor ontspanning zonder het compititiebeest in het achterhoofd. Ook de visie van de jaren 60/70 is mijn inziens nog steeds van toepassing een hoge trapfrequentie door middel van kortere crancks(souplesse) in combinatie met de juiste keuze van het versnellingsapparaat geeft op langere termijn een extra meerwaarde.

Als voorbeeld,een jonge renner volop in zijn groeiproces of een fietser die 2 à 3keer per week gaat fietsen zal men zeerzeker NIET met crancks laten rijden van boven de 172.5mm, waarom? Men moet een langere hefboom overwinnen met gevolg dat de trapfrequentie daalt en men sneller in een intensieve zone terechtkomt waardoor de spiermassa na verloop van tijd in kracht afneemt en men een tandje kleiner moet schakelen om toch maar de hefboom rond te kunnen krijgen. Uiteindelijk gevolg kan zijn:overtraining,spierkrachtverlies,blessures holte knie of zeer snelle verzuring in bovenbenen of kuiten. Bij een mtb is dit wel geen probleem daar hier het wrijvingscoefficient anders bepaald is dan op de weg en men zodoende meer gebruik moet maken van de kracht,het is wel belangrijk dat een mtb-er op de racefiets zeerzeker veel snelheid gaat inlassen om de combinatie weg/bos in harmonie met elkaar te brengen.
AfstellingOok de hoogtebepaling van de zadel speelt en belangrijke rol. Zit men te hoog dan zal men een extra uitrekking krijgen van de spieren met gevolg achillespeesontstekingen etc. Zit men te laag of te kort dan klapt de ruggegraad ter hoogte van de L3/L4/L5 in mekaar met gevolg rugklachten tot zelfs een hernia. Hier is het belangrijk dat het lichaam in harmonie is met de fietspositie.

Dan is er nog de zadellengte in combinatie met de crancklengte en schoenplaatlengte.
Valt deze combinatie totaal te ver naar voren dan krijgt men zware bovenbenen. Valt deze combinatie tever naar achteren dan krijgt men een omgekeerd effect namelijk verzuring van de kuiten tot krampen in de kuiten. Staan nu de schoenplaatjes te ver naar voren en het zadel te ver naar achteren dan is er een knieprobleem.

Het gegoten zitten (één met je fiets) op je fiets wordt bepaald door alle opbouwmaten perfect te positioneren in zowel hoogte als lengte zodat het lichaam in functie van de doelstelling zonder problemen de vooropgestelde afstand kan overbruggen.

Een te grote kader geeft zodoende wendbaarheidsverlies.
Een foutief zadel (afhankelijk van je lichaamsbouw en bekken) geeft zitproblemen.
Een zadel dient nooit evenwijdig geplaatst, dit kan drukpunten geven, een zadelwelk te laag staat geeft bovenbeenverzuring of zitvlakproblemen,een zadel evenwijdigheid zal altijd in functie van het lichaamsgewicht uitgepunt worden.
Een zadel met een opening of een zadel met extra motieven kan puistjes veroorzaken op het zitvlak.
Een foutieve kaderhoek kan bepalend zijn voor je zadelpen (rechte of kromme).

Afstelling stuurAfstelling zadelAfstelling frame
7

Praktijksituatie

Fietsaanpassing

a. Fietsaanpassing

Nadat de bespreking en fietsafstelling heeft plaatsgevonden kan men eventueel overgaan tot een praktijksituatie.

b. Fietspositiekontrole

De praktijksituatie is dat men enkele keren op en af buiten gaat fietsen om te zien hoe het aanvoelt en ook om vast te stellen of er nog een detailpunt over het hoofd werd gezien zoals juiste kromming rug of knieen voldoende tegen mekaar of de schoenen die vrij blijven van de crancks.Dit alles is echt bedoeld als momentopname, om echt te voelen wat de nieuwe positie teweeg heeft gebracht moet men toch al meerdere tochten doen van minimaal 50km per tocht.Het is wel zo dat men direkt merkt of er beterschap is en dit gevoel moet er toch al aanwezig zijn bij de eerste fietstest(het kopke).
Meting

c. Eenmalige meting.

Een fietsmeting is eenmalig,een naberekening kan perfect gebeuren vanuit de eerste meetanalyse. De eerste 30 dagen na de eenmalige meting bij een eventuele nacorrectie is gratis. De correcties na 30 dagen vallen onder nacorrecties. Dit wil dan ook zeggen dat bij aanschaf van een nieuwe fiets in tijd gezien er een andere prijs wordt gehanteerd die lager is dan de eenmalige meting. Voor de jeugdige renners die rekening moeten houden met hun groei wordt er na een eenmalige meting per bijkomende nacorrectie(eventueel groeimeting) een kleiner bedrag gevraagd dan de hoofdmeting.

d. Schoenplaatafstelling.

Koopt men nieuwe schoenen of zijn de schoenplaatjes versleten dan kan men gebruik maken van het transport via de post. Men doet een retourzegel in de te verzenden doos en na één week heeft men meestal zijn aangepaste schoenen met de schoenplaatjes terug. Hier geldt ook een klein vast bedrag voor het afstellen en retourneren van de schoenen.
8

Klachten

Foutieve afstelling schoenplaatjes veroorzaken:

  • knieproblemen
  • pees en spierontstekingen
  • krachtsverlies

Foutieve afstelling zadelhoogte en zadellengte veroorzaken:

  • melkzuurophoping in bovenbenen en kuiten
  • pees en spierontstekingen
  • krachts-en snelheidsverlies
  • onderrugpijnen
  • achillespeesontstekingen

Beenlengteverschil-vlakke/holle/bolle voeten veroorzaken:

  • knieproblemen
  • krachtsverlies
  • bekkenkanteling(eenzijdige verdraaiing)
  • onderrugpijnen
  • spier en peesontstekingen

Foutieve kaderhoogte geeft:

  • stugheid in de bochten
  • tractorgevoel

Foutieve stuurpenlengte, remgreephoogte en stuurhoogte geeft:

  • verkramping in schouders, nek, polsen
  • snelheidsverlaging
  • polsproblemen en slapende handen

Foutieve stuurbreedte geeft:

  • borstkasverkramping
  • ademhalingsverlies
  • schouderpijnen

Foutieve keuze crancklengte geeft:

  • knieklachten-melkzuurophoping
  • lappenmand
  • Noot:de lengte van een persoon bepaald NIET de crancklengte=fabeltje!!!!!
  • crancks altijd in functie van kracht-frequentie training en maximale uitgroei.